Kroniek Stichting Twentse Matthäus Passion

Inleiding

De eerste uitvoeringen van de Matthäus Passion in de Plechelmus vonden plaats in 1984, onder verantwoordelijkheid van de toenmalige Stichting Orgelconcerten. Dat betekent dat het 35e jaar met uitvoeringen van de Matthäus 2018 was. De Stichting Twentse Matthäus Passion echter is opgericht op 8 januari 1985 en bestaat dus pas in januari 2020 35 jaar. Vieren van 35 jaar Matthäus in Oldenzaal in de loop van en vooral in het najaar van 2019 valt dus tussen die beide ‘verjaardagen’.

De vroegste geschiedenis.

Degenen die aan de wieg stonden van de Matthäus uitvoeringen in de Plechelmus Basiliek wilden in Oldenzaal een traditie opbouwen die qua niveau vergelijkbaar was met die in Naarden en Amsterdam. Of de eerste uitvoeringen op 16 en 18 april 1984 al zo’n niveau hadden kunnen we niet beoordelen. Recensent Jan Schoonen sprak in de Tubantia van ‘een indrukwekkende uitvoering’.

Nog voor de uitvoeringen van 1985 plaatsvonden werd besloten voor de organisatie van de Matthäus-uitvoeringen de Stichting Twentse Matthäus Passion in het leven te roepen.

Enkele jaren later besloot de Stichting Orgelconcerten dat andere grote werk van Bach, het Weihnachts-Oratorium, jaarlijks in Oldenzaal uit te laten voeren. Vanaf 1989 is dat gerealiseerd, de eerste jaren in samenwerking met het kamerkoor van het Conservatorium in Enschede.

In december 1992 fuseerde de Stichting Basiliekconcerten met de Stichting Twentse Matthäus Passion en de nieuwe organisatie ging verder onder die naam.

Repertoire.

De traditie van een jaarlijkse Matthäus is twee keer onderbroken geweest: in 1993 en in 2003 klonk in de Plechelmus Basiliek in plaats daarvan de Johannes Passion. Vanaf 1989 klinkt jaarlijks ook het Weihnachts-Oratorium. En al in het najaar van 1994 werd voor het eerst de Hohe Messe uitgevoerd: de Stichting bestond (bijna) 10 jaar. En toen Oldenzaal in 1999 zijn 750-jarig bestaan vierde organiseerde de Stichting jubileumuitvoeringen van de Hohe Messe.

Het grootste deel van de geschiedenis van de Stichting loopt parallel aan de geschiedenis van het koor Consensus Vocalis. En natuurlijk loopt de artistieke geschiedenis van de Stichting gelijk op met de dirigenten die de uitvoeringen leidden.

Naar het begin, in 1984.

De eerste uitvoeringen van de Matthäus in 1984 en 1985 werden gegeven door het Twents Bachkoor, volgens de annalen 32 zangers groot. Het orkest van de toenmalige combinatie OFO-Forum speelde en Jan Heijmink Liesert was de dirigent.

De inmiddels opgerichte Stichting Twentse Matthäus Passion besloot na het afhaken van OFO-Forum een eigen orkest in het leven te roepen. Dit orkest, dat voor elke productie opnieuw werd samengesteld rond enkele kernmusici, en dus ook telkens deels uit andere mensen bestond, heeft de uitvoeringen vanaf 1986 tot en met de Matthäus in 1997 begeleid. Musici die in de Plechelmus op het podium zaten kwamen uit allerlei ‘grote’ Nederlandse en soms buitenlandse orkesten.

Het bestuur zocht daarbij stabiliteit: een dirigent voor meerdere jaren als bindende factor. Die dirigent werd als door een mirakel Martin Sieghart, eerst invaller voor de zieke Hubert Soudant en vervolgens blijver tot en met de Matthäus-uitvoeringen in 1995.

In 1986 en ’87 werkten twee koren uit Münster mee, beide aan de Universiteit gelieerd, o.l.v. Herma Kramm. Deze koren brachten – weer volgens de annalen – zo’n 150 (!) zangers op het podium.

Na twee jaar moest er opnieuw gezocht worden naar een koor. Dat werd op suggestie van Martin Sieghart gevonden in Wenen. Dankzij onophoudelijke verzoeken om ondersteuning en subsidie kwam voldoende geld beschikbaar om in 1988 en 1989 ongeveer 60 zangers naar Oldenzaal te halen. Al die zangers en zangeressen werden ondergebracht bij gastgezinnen.

De organisatielast was te groot, de financiën te moeilijk te regelen: de Stichting ging aan de slag voor een eigen koor. Met drie Twentse Kamerkoren – Exicon, Ex Arte en het Twentse Kleinkoor – werden afspraken gemaakt: zij voerden vanaf 1990 onder de naam Consensus Vocalis jaarlijks de Matthäus Passion uit. En Consensus Vocalis doet dat nog steeds, ook al is het koor niet meer samengesteld op basis van Twentse Kamerkoren, maar uitsluitend op basis van audities: de beste beschikbare zangers en zangeressen staan op het podium: professionals, semi-professionals en ook nog altijd amateurs, tezamen de laatste jaren 44 zangers.

Vanaf 1993 wordt ook het Weihnachts-Oratorium door Consensus gedaan, met ongeveer 28 zangers.

Een eigen koor betekende dat er een koorrepetitor nodig was. Wie de namen van de eerste jaren leest, ziet de kwaliteit: Jos van Veldhoven en Hans van den Hombergh. Vooral Hans van den Hombergh heeft de grondslag gelegd voor de kwaliteit van het koor. En passant als het ware dirigeerde hij in 1991 de uitvoering van het Weihnachts-Oratorium, omdat Martin Sieghart ziek was.

Verandering

Het midden van de jaren negentig bracht een grote ommekeer: het einde van de stabiele ‘periode Sieghart/Oude Sogtoen’ en de zoektocht naar nieuwe stabiliteit.

In 1994 moesten we afscheid nemen van Hans van den Hombergh en vervolgens Martin Sieghart.

Na Hans van den Hombergh waren gedurende enkele jaren afwisselend Daniël Reuss en Klaas Stok, twee jonge en zeer veel belovende Nederlandse koordirigenten, werkzaam als koorrepetitor.

Vanaf het Weihnachts 1995 tot en met de Matthäus 1997 werden de uitvoeringen geleid door drie buitenlandse dirigenten: Matthias Janz (twee keer), Alan Hacker en Hermann Max. Het waren uitvoeringen met een wisselend succes, om begrijpelijke redenen. De dirigenten werden geconfronteerd met een koor, een orkest en omstandigheden die ze niet kenden. Bovendien verschilden de opvattingen van de drie van die van Martin Sieghart, opvattingen waarmee in Oldenzaal iedereen bekend, ja zelfs aan verknocht was. Vooral orkestleden leken het moeilijk te hebben met die meer barok-georiënteerde opvattingen, opvattingen die bij Hermann Max het meest uitgesproken waren. Hermann Max was toen al een internationaal erkende barokspecialist.

De definitieve ommekeer kwam met het contracteren – eerst voor drie projecten in 1997 en 1998 maar al snel voor meerdere jaren – van Jan Willem de Vriend en het Combattimento Consort Amsterdam (CCA).

Dat is doorslaggevend geweest voor de enorme ontwikkeling die sindsdien heeft plaatsgevonden.

Al na enkele jaren achtte het CCA de tijd rijp om samen met Consensus uitvoeringen te geven buiten Twente; eerst in de Westerkerk in Amsterdam en later ook in Utrecht, Naarden, Arnhem, Deventer en Maastricht. Soms was het even schrikken – de galmende akoestiek van de Westerkerk of de elk jaar weer omvallende wijnglazen na de pauze in Naarden – maar al met al zijn het geweldige ervaringen geweest. Degenen die erbij waren heugen zich de uitvoeringen van het Weihnachts-Oratorium in Zagreb (2003) en de Matthäus in Palma de Mallorca en Valencia (2006) als de dag van gisteren. In 2003 deden we zeven keer het Weihnachts, in 2006 zes keer de Matthäus. Vijf uitvoeringen van Matthäus en Weihnachts in een week tijd hebben we meerdere keren gerealiseerd.

Het was voor het bestuur een schok toen het CCA in 2002 te kennen gaf de vaste jaarlijkse afspraken te willen beëindigen: het ensemble wilde meer ruimte voor eigen producties. Van 2004 tot en met 2006 kenden we weer een overgangsperiode: de uitvoeringen van het Weihnachts werden gedaan door Jan Willem met het CCA en de uitvoeringen van de Matthäus door Klaas Stok met Concerto d’Amsterdam (CdA).
De keuze voor Klaas Stok was een logische. Klaas had zich in de regio meer dan eens bewezen als dirigent, zijn positie bij het Nederlands Kamerkoor onderstreepte zijn grote kwaliteit en vooral: Consensus was onder hem als koorrepetitor enorm gegroeid.

De voorkeur van Klaas voor oude instrumenten kon worden gerealiseerd dankzij de beschikbaarheid van Concerto d’Amsterdam. Klaas wilde hen graag, en zo is het gekomen: in 2004 en 2005 alleen in de Matthäus en vanaf 2006 ook het Weihnachts. Met het CCA is na de Weihnachts-uitvoeringen in 2005 nog samengewerkt tijdens de Matthäustournee in 2006 naar Amsterdam en Spanje, een uitvoering van de Zauberflöte van Mozart in het Concertgebouw, januari 2008 en een Weihnachts-Oratorium in Naarden in december 2008.

De laatste bijsturing – verbreding – in de geschiedenis van de Stichting is vanaf 2009 de samenwerking bij de Passie met het Orkest van het Oosten (OvhO). Toen Jan Willem de Vriend daar enkele jeren geleden chefdirigent werd, ontstond de mogelijkheid om aan de al jaren bestaande wens van het OvhO tegemoet te komen: samen de Matthäus uitvoeren.

De uitvoeringen van de Matthäus met het OvhO waren allerminst het eerste wat de Stichting, via het koor Consensus Vocalis, met het OvhO realiseerde. Vanaf 2001 is er bijna jaarlijks samengewerkt: Requiem van Mozart, Negende symfonie van Beethoven, Midsummernightsdream van Mendelssohn, Trois Nocturnes van Debussy, Mis in As van Schubert, Sieben letzte Worte van Haydn, de Faust-Symfonie van Liszt (o.l.v. Jan Willem) en het Requiem van Brahms (o.l.v. Klaas) zijn de resultaten van die samenwerking. Daaraan worden in het seizoen 2009/2010 producties van Die Schöpfung (Haydn, in het Nederlands!) en Die Fledermaus (Strauss) toegevoegd. In deze lijst is ook de ontwikkeling van Consensus weergegeven: van een “Bachkoor” naar een koor dat een veel breder repertoire beheerst.

In 2008 besloot het Bestuur om Consensus Vocalis onder te brengen in een nieuwe koorstichting, samen met Capella Isalana uit Arnhem/Nijmegen. Klaas Stok bleef artistiek leider. De stichting Twentse Matthäus Passion en Consensus Vocalis hebben vaste afspraken over de medewerking van Consensus aan de concerten in de Plechelmus Basiliek en in het Muziekcentrum in Enschede. De Stichting is daarmee teruggekeerd naar zijn begin: de organisator van concerten, zonder de dagelijkse verantwoordelijkheid te hebben voor een koor.

 

( Bewerking van de bijdrage van Toon Ottink aan het lustrumboek 2009)

 

Sinds 1985 zijn er uitvoeringen geweest. Wilt u weten in welk jaar de solisten waren?
Klik hier voor het overzicht.